“En? Heb je al een paar mooie ‘hoezootjes’ gehad?” vraag ik een paar collega’s bij het koffiezetapparaat.
“Hoezootjes?” vraagt een heldere man.
“Ja” antwoord ik, “zo van: wanneer je zegt: je bent te laat, nu moet je een te laat-briefje halen, dat de leerlingen antwoorden met een ‘hoezo?!'”
“Oh, jazeker!” krijg ik terug, “ik zeg: dames en heren, doe je werkboek open, schreeuwen ze samen: hoezo?!”
Een collega geeft bijval: “Vraah ik: hoe gaat het vandaag? – Hoezo?!”
Hoewel ik er meestal om moet lachen maak ik me ook zorgen. Eigenlijk met enige regelmaat. Leerlingen komen aan het begin van de les bij de deur van het lokaal aan met de vraag of ze alvast naar huis mogen.
Of we het blokuur kunnen laten vervallen.
Alsof ze beter thuis op de bank aan een infuus met Redbull en een bak gepaneerde kip kunnen liggen, zappend, scrollend, wachtend tot de dag eindelijk eens een keer voorbij is.
Nul moeite doen voor helemaal niks.
Kennelijk hebben ze uitgedokterd dat het een uiterst effectieve strategie is om collectief ontmoediging in te zetten als wapen.
Eigenlijk best slim. Ze doen het uiteindelijk ‘samen’.
Want een van de spelletjes die docenten en leerlingen spelen is het grote “ga aan het werk-spel”.
Leraren willen dat kinderen aan het werk gaan en kinderen liever niet.
En omdat leraren door de inspectie worden afgerekend op de resultaten van leerlingen trekken ze alle registers open die ze kunnen verzinnen.
Formatief handelen, videouitleg, dansers, lichtshows, alles om aan te sluiten bij de belevingswereld van de doelgroep. We zijn als beroepsgroep alleen erg in het nadeel.
Insta en TikTok zijn ons al jaren voor.
Mijn coachvraag op de hoezootjes wordt vanaf nu: “wat denk je zelf?!”